Skip to main content
XS SM MD LG XL

In 2017 is een systematische analyse gemaakt van onderzoekspublicaties over de inrichting van werkplekleren in de periode 2005-2015

Uit deze review blijkt dat stages altijd ‘in de context’ begrepen moeten worden: Stages zien er op iedere leerplek nét weer iets anders uit.

Daarom moeten de begeleiding en de organisatie van stages altijd op maat gesneden zijn van een specifieke context.

Hoewel een ‘one size fits all’ oplossing dus niet mogelijk is, zijn er wel degelijk een aantal kernelementen aan te wijzen om rekening mee te houden bij het ontwerp van goede stage-ervaringen voor studenten.

De kernelementen zijn:

1. Het is belangrijk om stages in te bedden het onderiwijsprogramma én in de dagelijkse gewoontes en gebruiken (‘rationaliteit’) van de werkplek;

2. De sociale en structurele kenmerken van de werkplek (fysieke omgeving, bedrijfscultuur, leercultuur dat soort zaken);

3. De aard van de leerpraktijken (wat gaat de stagiair doen);

4. Kenmerken van de student;

5. Beoordeling.

 

Mensen uit onderwijs en bedrijfsleven kleuren deze elementen gezamenlijk ‘in’.

De ontwerpregels hebben betrekking op

1) inbedding van de praktijkervaring in het onderwijsprogramma (hoe pas je de stage in het plan dat de student moet doorlopen richting een diploma),

2) de kernelementen voor de vormgeving van werkplekleren,

3) de beoordeling van de stagiair.

 

11 regels

De onderzoekers geven hierbij een set tips om deze ontwerpregels goed toe te passen. 

1. Ontwerp samen

Werkplekleren vraagt om co-creatie tussen de opleiding en werkveld. Trek dus vanaf het begin samen op. Stem in zowel de voorbereidings-, uitvoerings- en evaluatiefase steeds met elkaar af: wie doet wat, wanneer en waarom? Zorg daarnaast voor regelmatig contact en uitwisseling, zodat er een goede verbinding ontstaat tussen het leren op de stageplaats en andere onderdelen van het onderwijs. Het is niet een eenmalige investering; het is nooit af.

2. Leer een gezamenlijke taal spreken

Het is belangrijk dat zowel school als bedrijf de conceptuele frames rondom stages goed begrijpen. Anders gezegd: verdiep je samen in het jargon rondom stages.
Het begrip `theorie’ is bijvoorbeeld niet zomaar hetzelfde als klassikaal opgedane kennis. Op de werkplek wordt met ‘theorie’ iets anders bedoeld. Denk hierbij aan een handleiding voor een machine, uitleg over een proces of informatie over het bedrijf en de bedrijfscultuur. Al die termen neem je vaak voor vanzelfsprekend aan, terwijl die nuances voor gekke misverstanden zou kunnen zorgen.

3. Bereid studenten bewust voor

Een programma dat studenten voorbereidt op stages versterkt bij studenten de inzet, motivatie en het geloof in eigen kunnen. Zo’n voorbereidingsprogramma ontwikkel je samen met leerbedrijven: denk hierbij concreet aan een sollicitatietraining door bedrijven op school als voorbereiding op de stageperiode.

4. Vervaag de grenzen tussen opleiding en werkplek

De omstandigheden op de werkplek zijn niet altijd optimaal voor leren. Hoeve pleit hier voor ‘hybride werkplekken’. Op zo’n plek vervaagt de grenslijn tussen opleiding en bedrijf. Hier vindt co-creatie plaats en is de communicatie tussen opleiding en werkplek optimaal. Dit vergroot het leerpotentieel van de werkplek en versterkt de positie van de werkplekbegeleider. Het lost met andere woorden de ruis tussen school en bedrijf op. 

5. Bied de student begeleiding bij professionele groei

Begeleid studenten niet alleen in het uitoefenen van een taak, maar ook in het zich ‘professioneel bewegen op de werkplek’. Zo kan de student verschillende leerervaringen opdoen. Dit vraagt om zoeken naar een balans tussen (on)zekerheid, autonomie, taakvariatie en reflectie bij de student. Het bedrijf en de school kunnen hier afspraken over maken. 

6. Bied de student variatie in werkplekken

Laat studenten ervaring opdoen op verschillende plaatsen. Hoe meer werkplekken, hoe groter en breder het ‘handelingsrepertoire’ en het persoonlijke denkkader van de student. Tip van ons: Denk hierbij ook breder dan alleen de eigen afdeling van de student.

7. Bied de student ruimte voor fouten en repetitie

Maak waar nodig gebruik van simulaties om de praktijk in kleine of grote mate na te bootsen. Hierdoor ontstaat extra ruimte om te leren en experimenteren. Oefenen in de praktijk brengt soms te grote fysieke of economische risico’s met zich mee. Simulatie biedt dan een uitkomst. Ook handig voor het oefenen van heel specifieke technische handelingen. Met name in situaties waarin er schaarste is aan werk, of stagetekorten kan een simulatie uitkomst bieden. Organiseer deze wel waar mogelijk met bedrijven samen. Dat een bedrijf geen stage kan aanbieden hoeft niet te betekenen dat het bedrijf niet betrokken kan zijn.

8. Bied de student ruimte om de cultuur te proeven

Zorg ervoor dat de student actief en volwaardig kan deelnemen aan de werkgemeenschap. Begeleiders en collega’s vervullen een cruciale rol waar het gaat om kennismaken met de beroepscultuur. De student ontwikkelt geen gevoel voor beroepsidentiteit als hij of zij bij wijze van spreken alleen mag printen of koffiezetten. Of alleen in een lokaal simulaties doet onder begeleiding van een docent.

9. Ondersteun de werkbegeleider

Werkbegeleiders zijn belangrijk voor het succes van werkplekleren. Hun rol is echter complex. Beschouw de werkbegeleider daarom als mede-opleider en zorg voor steun vanuit het bedrijf of de instelling. Laat hem of haar er niet alleen voor staan als organisatie. En let ook op dat de begeleider geen verlengstuk is van school alleen. Een goede begeleider moet je inzetten op de eigen kracht (kennis van een beroep en een bedrijf).

10. Organiseer reflectie en feedback

Een leven lang leren, wat toch de vraag is die wij aan studenten stellen, vraagt om het vermogen te kunnen reflecteren. Reflectie door de student op het eigen handelen is daarom een belangrijk element in de ontwikkeling van studenten tot beroepsprofessional. Stimuleer daarom zelfbeoordeling binnen stages. Dit doe je bijvoorbeeldvia intervisie met andere studenten, met collega’s op de werkvloer en wellicht met ondersteuning van technologische oplossingen. Enquetes / games en andere oplossingen kunnen dit proces prima ondersteunen.

11. Borg de kwaliteit van werkplekleren

Ontwerp een passende beoordelingssystematiek en investeer in de professionalisering van de beoordelaars. Met andere woorden: Zorg ervoor dat mensen weten wat ze doen met training en coaching.  

De hele publicatie kun je hier teruglezen

Meer over onze werkwijze kun je hier teruglezen.

 

Gratis stageboek preview ontvangen?