Skip to main content
XS SM MD LG XL

Als je studenten stage laat lopen op afstand, is het handig om te weten wat een stage eigenlijk is.
Laten we daarom beginnen om de kaders helder te schetsen.

Als je leert fietsen is het essentieel dat je niet alleen een boek leest, of een video op Youtube kijkt.

Je moet het doen, ervaren. Pas dan kun je leren fietsen.

Bij een beroepsopleiding is hetzelfde principe aan de hand. Tijdens de de stage leren studenten vaardigheden en competenties die zij niet op school kunnen leren en ontwikkelen. Daarom vind een belangrijk deel van het leren plaats in de praktijk. 

Stages zijn een vorm van ‘werkplekleren’ en een verplicht onderdeel van een beroepsopleiding, verankerd in de Wet educatie en beroepsonderwijs (WEB). Hier heet de stage trouwens ‘beroepspraktijkvorming’, kortweg bpv.

En die stage is echt een belangrijk onderdeel van een studie, studenten brengen maar liefst 40-60% van hun opleidingstijd door in de praktijk. 

De stage heeft drie doelen: 

  • Het opdoen van benodigde kennis en kunde over en van een beroep
  • Het participeren in de beroepsgroep 
  • Oriënteren op het uiteindelijke beroep.

Tip: Wat je ook bedenkt aan activiteiten of stagemogelijkheden; hou rekening met deze drie doelen. 

NIet in beton gegoten

Hoé een opleiding de stage vormgeeft is niet in beton gegoten. Scholen en bedrijven hebben hier ruimte in. Denk aan verschillende vormen van stages zoals bol-stages, blok stages, bbl-trajecten maar ook aan allerlei hybride vormen van klassikaal -en praktijkonderwijs.  Bij die hybride vormen kun je denken aan aan projecten op school, opdrachten van echte bedrijven of simulaties van een bedrijf. Bij deze vormen is de stage samengevoegd met het klassikale onderwijs.

Hoe een bedrijf de stage inricht binnen het bedrijf is, afgezien van de wettelijke vereisten, vrijgelaten. Iedere stage is daarom afhankelijk van de inzet en aanpak van een leerbedrijf. Slimme bedrijven besteden hier veel tijd en aandacht aan omdat zij zien dat geweldige stages een enorm succesvol instrument zijn voor het werven, onboarden en behouden van talent voor hun bedrijf en/of branche. Daar maakten wij bijvoorbeeld deze infographic over 

Iedere stage doorloopt dezelfde stappen. 

Er een heel scale aan stagetypen; blokstage, lintsage, snuffelstage, meeloopstage, werkervaringstage, afstudeerstage enzovoorts. Hoewel het type stages heel divers is valt op dat al deze stages allemaal dezelfde zes elementen hebben. Elementen die ik in mijn vorige boek samenvatte als ‘de stagecyclus’: Werving, selectie, onboarding, begeleiding, beoordeling en exit.

stage ont-wikkelaar

 

Als je naar stages kijkt dan is het dus belangrijk om de stage altijd te beschouwen als een serie van die zes elementen. Hoe je de zes elementen organiseert bepaald of de stage succesvol is. Of niet. 

 

Bedrijven kijken anders naar stages dan scholen.

Als een stage altijd uit dezelfde elementen bestaat dan zou je dus zeggen dat het niet complex is voor scholen en bedrijven om hierover heldere afspraken te maken. Toch is er een probleem. En dat probleem zit hem in de manier waarop je naar de stage kijkt. 

Veel van de discussie over de kwaliteit van stages gaan mis omdat stagecoorindinatoren op scholen en praktijkbegeleiders bij bedrijven vanuit een ander perspectief naar dezelfde stage kijken. 

Als je aan een school vraagt waar zij op letten dan zal je waarschijnlijk als antwoord krijgen dat de beoordeling zich vooral focust op op het benutten van een stage om de formele opleidingsdoelen te halen. Het gaat hierbij om de ontwikkeling van competenties vanuit bijvoorbeeld het kwalificatiedossier, om de leerdoelen die je samen afspreekt en om de pedagogische begeleiding van de student door een praktijkbegeleider.  Wat moet je leren voor een diploma? En hoe gaan we dat op een pedagogisch correcte manier overbrengen. 

Als je kijkt naar diezelfde stage vanuit een bedrijf dan zie je dat die leerdoelen waar school op let helemaal niet zo belangrijk zijn. Tijdens een stage zijn er veel mensen betrokken (collega’s, leidinggevenden, klanten enzovoorts) Er is dynamiek, werkdruk, tegenslag, succes en alle emoties die daarbij hoort zoals blijdschap, verdriet, stress, Bovendien leert een student vakjargon zoals ‘agile’ of ‘plintenladder’.

Leren gebeurd vanuit dit perspectief veel meer ‘tussen de regels’. Een student ervaart hoe het is om in een bedrijf te werken, of dat type werk uit te voeren. Wat de student daar leert is niet altijd even goed te meten. Het is ‘tacit’ knowlegde. Impliciete kennis dus. Het dagelijkse werk en de dingen die daar gebeuren bepalen wat je leert bij de stage.

Als je als bedrijf met een school praat over stages, of als school met een bedrijf is het belangrijk om je te realiseren dat jullie over hetzelfde praten, maar vanuit een heel ander denkkader. Begrip voor elkaars denkkader voorkomt communicatieruis, onduidelijkheden en mogelijk irritatie. 

Belangrijk dat je daar goed over nadenkt en je bewust bent van de valkuilen waarin je kunt stappen. Daar schreef ik ook dit stuk over

 

Werken met stagiairs is geweldig. En heel belangrijk, nuttig en efficiënt voor jouw bedrijf. Wel adviseren wij om goed te snappen wat de doelstellingen zijn van de student, de school en het bedrijf voordat je van alles gaat optuigen. Ook is het belangrijk dat je goed kijkt of jouw bedrijf alles zo slim heeft ingericht dat de ervaring helpt om van jouw bedrijf een magneet te maken voor jong talent. 

 

 

Gratis stageboek preview ontvangen?