Skip to main content
XS SM MD LG XL

Gelukkig nieuwjaar!

OM HET JAAR LEKKER TE BEGINNEN DIRECT EEN WAT LANGER ARTIKEL OVER HET AANPAKKEN VAN STAGETEKORTEN; WAT MIJ BETREFT EEN VAN DE SPEERPUNTEN VOOR 2021.

Dit artikel is geschreven op verzoek van een vakblad en eind oktober 2020 aangeleverd. Het is niet gepubliceerd, daarom plaats ik het hier. Her en der zijn er al nieuwe ontwikkelingen, zo is er een nieuw servicedocument waarmee scholen nog creatiever met stages om kunnen gaan. Her en der heb ik daarom actuele(re) info toegevoegd.

Veel leesplezier!

Het artikel:

In de landelijke dagbladen luiden schoolbesturen, overheden en ondernemers de noodklok over het groeiende stagetekorten. Ondanks oproepen tot creatieve oplossingen en hard werk om waar mogelijk tekorten op te lossen waarschuwde de MBO-raad recent in Trouw dat het mbo onderwijs ‘door het ijs zakt’ als er niet iets gebeurd.

Pijnlijk in een land met meer dan 210 duizend stages en ruim 125 duizend leerbanen in het mbo alleen. Hoe kan het dat er zó veel stageplekken op papier beschikbaar zijn, maar in de praktijk, ondanks al die inzet op creatieve oplossingen, toch tekorten ontstaan?

Willen bedrijven niet? Zitten scholen te slapen? Is iedereen failliet gegaan of zit iedereen thuis met corona?

Nee. Natuurlijk zijn er grote problemen zijn waardoor stages in veel gevallen vrijwel onmogelijk zijn. Ook zijn er een aantal structurele problemen bij opleidingen om ook in hoogconjunctuur voldoende stages te vinden. Maar minister Engelshoven gaf in het Coronakamerdebat van 7 oktober 2020 zelf ook aan dat er ‘Er een groot potentieel aan stageplaatsen is dat niet past bij de vraag’.

‘Er een groot potentieel aan stageplaatsen is dat niet past bij de vraag’.

Er is dus niet alleen een tekort aan stageplekken, er is vooral een tekort aan GESCHIKTE stageplekken. En daar zit ‘m de crux; blijkbaar is er een probleem in de huidige manier van stages organiseren die deze mismatch op zn minst niet helpt op te lossen. Hoe los je die mismatch op? En dan het liefst op zo’n manier dat er bij een nieuwe crisis niet weer een acuut probleem ontstaat? 

Graag geef ik drie suggesties: 

1.Meer lucht in de erkenningenstructuur

2 Herzie de criteria waarop je leerbedrijven erkend en 

3 Verruim het mandaat van scholen. 

Graag licht ik deze drie voorstellen hieronder toe. 

Meer lucht in de erkenningenstructuur

De huidige structuur leidt ertoe dat je als student een leer­bedrijf moet vinden dat precies voor haar opleiding een erkenning heeft. Het is te rigide, inflexibel en door de huidige coronacrisis helpt het de leerling niet om kwalitatief goede leerplekken te vinden; Het staat het vinden van een leerplek in de weg. Zoals de Mbo-raad het omschrijft: “Als je een opleiding volgt tot gastheer maar niet in de horeca kunt werken, kun je klantvriendelijkheid ook laten zien in de detailhandel. Dat is nu nog niet toegestaan.”

Waarom blijven wij vasthouden aan een stelsel van gefragmenteerde kwalificatiedossiers waarbij het voor bedrijven vaak nodig is om meerdere erkenningen te hebben voor vergelijkbare werksoorten? Niet omdat het de student verder brengt; In de meest recente publicatie over de banen van de toekomst van het World Economic Forum zijn negen van de tien noodzakelijke vaardigheden voor de arbeidsmarkt van morgen soft skills. Het gaat om aanpassingsvermogen, om creatief denken, om leerstrategieën. Alleen vakinhoudelijke kennis is niet voldoende. Toch is precies die kennis het uitgangspunt van de erkenningenstructuur. 

Natuurlijk loopt een timmerman geen stage bij een accountant. Maar kan het niet wat losser? Waarom kan een automonteur niet eenvoudig relevante praktijkervaring opdoen in een elektrotechnisch bedrijf? Waarom kan een stagiair in opleiding tot grondstewardess niet stagelopen in een ziekenhuis? En waarom moet je als bedrijf een erkenning voor niveau 2 aanvragen als je voor diezelfde een opleiding al op niveau 3 en niveau 4 erkend bent? 

Natuurlijk loopt een timmerman geen stage bij een accountant.

Het huidige systeem is onnodig bureaucratisch, onoverzichtelijk als je geen insider bent en het leidt tot onnodige rompslomp voor leerbedrijven en scholen; uiteindelijk de partijen die de stage moeten regelen met elkaar. Begrijp mij niet verkeerd: Dagelijks zijn honderden mensen heel hard aan het werk om stagetekorten te voorkomen, daar doe ik niets aan af. Toch hebben duizenden erkende bedrijven en scholen nú, als in vandaag, meer vrijheid nodig om creatieve oplossingen te realiseren. Het systeem van erkenningen is misschien logisch op papier en begrijpelijk als je er dagelijks mee werkt, het frustreert de praktijk en helpt studenten niet. Integendeel, het werkt verstikkend. Meer lucht is nodig. 

Gelukkig is er beweging vanuit het ministerie. In het servicedocument aanpak Coronavirus van het ministerie van OCW mag Sbb van de minister leerbedrijven erkennen die niet alle werkprocessen uit een beroepsopleiding in de praktijk kunnen bieden, maar waar de student wel een deel van de gevraagde vaardigheden in een ‘passende beroepscontext’ op kan doen. Hiermee kunnen aangrenzende of verwante beroepen en sectoren mogelijkheden bieden om (delen van) de leerdoelen van een stage of leerbaan te voldoen.’ 

TOEVOEGING: In servicedocument 5.0 mag een school ook meer naar eigen inzicht bepalen of er voldoende praktijkervaring is opgedaan, ook bij niet erkende leerbedrijven. Er is dus voldaan aan die vraag voor meer ruimte. 

Erken op andere criteria. 

De verruiming van de mogelijkheden voor scholen en bedrijven om creatieve oplossingen te bedenken heeft een bijkomend voordeel: Het verlegt de focus bij erkenningen van werksoort naar kwaliteit van de leeromgeving. 

In het huidige Bpv-protocol ligt helder vast wat de rol is van iedere partij tijdens de stage. Hoe een bedrijf de stage inricht binnen het bedrijf is echter, afgezien van een aantal wettelijke eisen, vrijgelaten. Iedere stage is daarom afhankelijk van de inzet en aanpak van een leerbedrijf. 

Vreemd als je bedenkt dat je als BOL leerling 40-60% van je schooltijd doorbrengt in de praktijk. Want voor een begeleider is het niet zo moeilijk uitleg te geven over het vak, maar hoe je als bedrijf studenten een topervaring geeft blijkt in de praktijk een stuk lastiger. Door leerbedrijven te erkennen op ‘Wat’ en niet op ‘Hoe’ klopt de erkenning op papier terwijl de student in de praktijk afhankelijk is van toevalligheden en individuele inzet van begeleiders.

Geef leerbedrijven een erkenning op basis van hun prestaties als leeromgeving, niet alleen op basis van het feit dat ze een specifiek soort werk aanbieden, of omdat een begeleider veel vakinhoudelijke kennis heeft. 

Is dat leuke theorie maar niet uitvoerbaar? Nee hoor. De winnaars van de prijs ‘beste leerbedrijf’ winnen niet omdat ze bepaalde soorten werk aanbieden. Deze bedrijven winnen omdat ze de begeleiding van studenten goed op orde hebben.

De winnaars van de prijs ‘beste leerbedrijf’ winnen niet omdat ze bepaalde soorten werk aanbieden.

Geef professionals lokaal meer mandaat.

Het oplossen van stagetekorten is alleen mogelijk op lokaal niveau in nauwe samenwerking tussen onderwijs en bedrijfsleven. Daar zijn het de coördinatoren en praktijkbegeleiders die moeten zorgen dat het ongestructureerde karakter van het leren op een stageplaats niet botst met de structurele benadering binnen klassikaal onderwijs. Hier is geen ‘one-size fits all’ oplossing voor.

Met de mogelijkheid om lokaal creatieve oplossingen te bedenken schep je meer voordelen: Coördinatoren hebben meer grip op het leerproces in de praktijk, bedrijven hebben meer ondersteuning bij het inrichten van een goede leeromgeving en studenten hebben meer zekerheid over de kwaliteit van de leeromgeving dan de huidige erkenningenstructuur geeft. 

TOEVOEGING: Ook hier voorziet servicedocument 5.0 inmiddels in. De School mag bepalen dat praktijkervaring bij een niet erkend leerbedrijf ook geldig kan zijn als stage, mits het goed te verantwoorden is. Of dit een tijdelijk maatregel zal zijn moet blijken. 

Drie vliegen in 1 klap.

De coronacrisis maakt de knelpunten in de huidige structuren voelbaar en hiermee het urgentiebesef groot. Dit urgentiebesef geeft de partijen de noodzaak om creatieve oplossingen te bedenken en het levert momentum om structurele oplossingen te bedenken. Onder druk wordt alles vloeibaar. 

De huidige dichtgetimmerde structuur met beperkte ruimte om creatieve oplossingen te bedenken voor de problematische stagetekorten ontneemt tienduizenden studenten hun kans op een stage en daarmee op belangrijke praktijkervaring, een netwerk en een diploma. Bovendien missen studenten kansen om vaardigheden te ontwikkelen die de arbeidsmarkt straks van hen vraagt. 

Met een erkenning waarin je de kwaliteit van het leerbedrijf centraal zet waardeer je de organisatie op de relevante criteria; een erkenning is zo vele malen waardevoller dan nu het geval is. Ook speel je kostbare ruimte vrij voor professionals uit onderwijs en bedrijfsleven om met creatieve oplossingen samen te werken aan rijke leeromgevingen die studenten ontwikkelen tot beginnende beroepsprofessionals. Beroepsprofessionals die wij keihard nodig gaan hebben de komende jaren. 

Zo sla je drie vliegen in 1 klap. 

Minster Engelshoven schrijft in haar kamerbrief over het actieplan stages -en leerbanen ‘Eind 2020 zal ik uw Kamer informeren over een verkenning naar een toekomstperspectief op de kwalificatiestructuur.’

Ik wacht haar perspectief met interesse af en hoop dat de lucht die nu in het systeem gepompt is kan blijven als we hopelijk ergens in 2021 terug kunnen naar een vorm van normalisatie.

Gratis stageboek preview ontvangen?