Skip to main content
XS SM MD LG XL

Er zijn in onderzoeksland twee verschillende perspectieven ten opzichte van stages. 

  1. Het opleidingskundig perspectief.
    Dit focust zich vooral op het benutten van een stage om opleidingsdoelen te halen. Het gaat hierbij om de ontwikkeling van competenties vanuit bijvoorbeeld het kwalificatiedossier en om de pedagogische begeleiding van de student begeleidt, de doelen die je formuleert en de organisatie van de begeleiding. Wat moet je leren voor een diploma? En hoe gaan we dat op een pedagogisch correcte manier overbrengen. 
  2. Het arbeidsorganisatorisch perspectief:
    Vanuit dit perspectief is het leren niet de focus maar het bijproces van werk. Het dagelijkse werk en de dingen die daar gebeuren bepalen het werkplekleren (De stage). Tijdens de stage gebeurd veel. Er zijn ook veel mensen betrokken (collega’s, leiding) en er is dynamiek, werkdruk, tegenslag, succes et cetera. Het leren gebeurd ‘tussen de regels’. De student ervaart hoe het is om in dat bedrijf te werken, of dat type werk uit te voeren. Wat de student leert is moeilijk te meten. Het is ‘tacit’ knowlegde. Impliciete kennis dus.

Deze twee perspectieven zijn belangrijk om te onderscheiden, omdat ieder een heel eigen antwoord geeft op de vraag ‘wat is een succesvolle stage’.

Het is ook belangrijk om te beseffen dat een begeleider op de werkvloer niet zondermeer in staat is om vanuit het opleidingkundig perspectief te denken en te handelen, terwijl docenten niet altijd het arbeidsorganisatorisch perspectief scherp op het netvlies heeft.

Daarom hebben onderwijs en bedrijfsleven elkaar hard nodig.

Maar wel ieder vanuit de eigen rol.

Over een optie om deze werelden meer te scheiden schreef ik eerder dit stuk

Gratis stageboek preview ontvangen?